Dit verhaal is opgedragen aan de dekkaters die het niet zo fijn hebben en (gelukkig)herplaatst worden.

 

Morgen krijg ik een nieuw tehuis. Een plekje voor mij alleen. Want door  jaren in een grote groep te hebben gewoond, heb ik die schoot wel heel erg gemist. Natuurlijk kreeg ik per dag wel een keer een aai en als er een meisje op bezoek kwam was vrouwtje helemaal erg lief. “Kijk eens wat een lieverd hij is”, zei ze dan. En ik werd vastgepakt en heerlijk geknuffeld. En dan kwam de grote beloning, een paar dagen een lief meisje helemaal voor mij alleen. Als we na dagen uitgeput de liefde hadden bedreven, werd ik best verdrietig. Ik wist hoe het ging, het meisje ging weer weg en ik… Ik bleef alleen, op mijn mooie kamer.

Natuurlijk, elke dag kwam vrouwtje mij eten geven. Maar die lieverd ging dan toch snel weer weg. Want zei ze dan op een lief toontje, “beneden wachten de kittens op eten en moet vrouwtje het huis doen, want er komen kittenkopers”. “Maar lieverd, als ik weer tijd heb, maak ik jouw kamer ook schoon”. En dan wachtte ik trouw weer tot vrouwtje kwam en  die keer meer tijd had voor mij.

Soms heel soms, had vrouwtje wel een heel erg goede bui. Ik kreeg dan een broekje aan en mocht naar beneden. Zomaar tussen al die poesen lopen. Ergens was het best wel eng hoor, de poesen keken argwanend naar mij, sommigen ken ik dan niet en anderen kwamen wel eens kijken op mijn kamer. Ik moest wel voorzichtig doen hoor, want soms begint vrouwtje ineens te mopperen. Ik weet niet hoe, maar dan is het broekje ineens heel vies en meteen moet ik dan naar boven. Dan roept het andere vrouwtje, “doe die piskat naar zijn kamer”.Eigenlijk ben ik dan ook wel weer een beetje blij hoor. Want ik kan dan lekker mijn gang gaan, zonder dat vrouwtje ineens gaat mopperen. En ik hoef dan ook niet zo rond te kijken, maar kan in mijn eigen kamer lekker gaan slapen.

Maar soms, als ik beneden de andere katten hoor spelen, dan denk ik best wel eens, oh ik wil ook spelen. Maar ik moet hier oppassen in mijn mooie kamer, misschien komt er wel iemand op bezoek met een lieve poes. En dan wordt eerst mijn kamer weer lekker gesopt en ik zelf ook weer schoongemaakt, dan poezelt vrouwtje weer lekker met mij. Ook wordt ik dan bij mijn mooie naam genoemd, die kreeg ik bij mijn geboorte en toen ik nog klein was werd ik altijd zo geroepen.

Beneden zit een heel klein mannetje te wachten, om deze kamer te bewaken. En ik…………ga morgen hier weg. Ik ga in een huis wonen, met een vrouwtje helemaal voor mij alleen. Misschien is er nog een kat waar ik mee kan spelen. Maar ik mag elke dag op schoot. En ik zal geen piskat meer heten, ik krijg mijn mooie naam dan elke dag te horen. Wat is vrouwtje toch goed voor mij, dat zij mij dit op mijn oude dag nog schenkt. Ik ga nu lekker dromen, over aaien en aaien met hele lieve woordjes. Net als vroeger, toen ik nog klein was.

 

 

Een Dekkater