Meau

Op een koude zaterdagochtend ga ik het kippenhok in achter in onze tuin. Ik laat de kippen naar buiten en controleer hun voedsel. Zij mogen lekker in de tuin scharrelen. Nog geen uur later ga ik terug om de kippen wat restanten te geven van het ontbijt, als ik uit het binnenhok een zacht gepiep hoor. Dan zie ik 5 kleine kittens liggen, nog nat en erg koud. Gauw neem ik ze mee naar binnen en leg ze op een warmtematje en wrijf ze droog. Ik ga op zoek naar de moederpoes, maar die is in geen velden of wegen te zien. Ik doe de hond binnen en ook onze katten moeten binnen blijven. Ondertussen bel ik de dierenambulance. Zij zullen vandaag nog langs komen.

Dan zie ik 5 kleine kittens liggen, nog nat en erg koud

Ik zet een bakje met blikvoer in het kippenhok bij de plek waar de kittens lagen. Na nog twee uren wachten komen de mensen van de ambulance. Ook zij gaan zoeken naar de moederpoes, maar het is zoeken naar de naald in de hooiberg. We komen heel veel katten tegen, maar geen wat wel eens de moederpoes zou kunnen zijn. De medewerkers bellen met de kittenopvang en besluiten ze daar naar toe te brengen en maar te voeden met de fles. Ondertussen blijf ik uit kijken naar de moederpoes. Ik ga kijken of er al van het blikvoer is gegeten, maar het staat er nog onaangeroerd. Blijkbaar durft moederpoes niet terug te komen. Als ik dan het bebloede stro opruim en wat dozen oud papier wegschuif, begint de hond hevig te snuiven in een doos met oude kranten. Ik kijk er ook in en zie dan iets pluizigs liggen. Nog een kitten. Deze is warmer dan de anderen waren, maar ligt wel erg stil erbij.

Nog een kitten.

Snel breng ik het kitten naar binnen op het warmtematje en wrijf het droog. Dan ga ik buiten nog even kijken of moederpoes er misschien al is. Maar geen spoor van haar te vinden. Als ik weer binnen kom, zie ik dat mijn zoon onze katten in de kamer heeft gelaten. Gauw ga ik bij het kitten kijken, maar het warmte matje is leeg! Overal in de kamer ga ik kijken, maar het diertje is nergens te vinden. Dan ga ik boven kijken, wetend dat ze daar niet zal zijn. In bed half onder de dekens liggen onze twee Siamese poesen. Even doet er één een oogje open om deze snel weer dicht te doen. Ik ga op de rand van het bed zitten en bedenk wat zij het toch goed hebben. De moederpoes loopt nu natuurlijk in het donker en de kou, niet wetend waar haar kittens zijn. Ik aai mijn katten en als ik wil opstaan, hoor ik een zacht gepiep. Het kitten ligt tussen de poten van de twee Siamezen en deze wassen haar van top tot teen. Ik breng het kitten naar beneden en leg het in een mandje bij de andere katten. Dan ga ik de hond uitlaten. Als ik terug ben zal ik de dierenambulance bellen om haar op te halen.

niet wetend waar haar kittens zijn.

Maar als ik nog maar net aan het einde van de straat ben zie ik de dierenambulance al staan. Er staan ook wat mensen bij en als ik navraag doe, wordt er mij verteld dat er een kat is aangereden. Ze gaan ermee naar de dierenarts, dus het zal nog wel even duren voor zij weer paraat zijn. Ik besluit dus maar door te lopen naar de dierenwinkel bij ons in de straat om wat kittenmelk te halen. Natuurlijk is deze al gesloten. Maar de eigenaar woont er boven en ik ken deze goed, dus toch maar proberen. En ja hoor, ik krijg kittenmelk mee. thuis zoek ik een sonde op en heel voorzichtig breng ik een heel klein beetje voeding in. Eerst heb ik het kleintje gewogen, zij woog 89 gram. Meteen merkte ik dat ze wat actiever werd en ook nog iets warmer. Toen ‘s avonds mijn man thuiskwam en ik het hele verhaal vertelde wilde hij het kitten wel zien, maar was deze weer nergens te vinden. Maar na het eten toen hij op de bank zat kwam één van de poesen bij hem, zoals gewoonlijk op schoot en had het kitten in haar bek. En zo zagen we steeds hoe het kleintje door de anderen mee werd gezeuld van de ene plek naar de andere. Toen we naar bed wilden, besefte ik dat ik geen contact had gezocht met de ambulance, dus gaf ik haar maar weer een voeding.Zondags ochtend stond ik weer vroeg op om het kitten eten te geven, want ik wilde de ambulance nog niet zo vroeg storen. Van mij mochten ze deze ook wel ’s middags ophalen. De katten gingen heel relax met het kleintje om, het leek of ze van allemaal was.

Dus maandag moest het kleintje echt weg.

Toen we terug kwamen van de boswandeling met de honden lag er een briefje van een zoon op tafel dat het kitten al eten had gehad. Hé, das handig, hij wist dus nog hoe het moest. En voor we het beseften was het al weer avond en was ze nog steeds bij ons. Maar maandag moest iedereen weer werken en dus hadden we geen tijd voor de voedingen. Dus maandag moest het kleintje echt weg. Maar de ambulance is pas later gebeld, niet om haar op te halen, maar om te informeren hoe het met het nestje ging. We kregen daar geen duidelijk antwoord op. We weten niet of het kittens nog leven, steeds andere mensen kregen we aan de lijn. En steeds andere verhalen. Het poesje dat die dag dat we het nest vonden aangereden was is helaas overleden. Ze had pas jongen gehad. We hebben een beschrijving van haar gehad. Ze was een half Siamees. De vermoedelijke eigenaar ontkent dit te zijn, ik ben er geweest. Omdat ik dacht haar blij te kunnen maken met een kitten van haar overleden poes. Haar buren zeggen dat de poes daar woonde en de laatste tijd erg dik was geworden. Z e werd elke keer weer op straat gezet.

Ze was een half Siamees

Inmiddels is het kleintje een heel mooi getekend poesje, met een mooie “M”op haar kop. Ze noemen haar hier “Mo”. Ze is al één keer ingeënt en over drie weken krijgt ze de tweede.En dan mag ze vertrekken naar een liefdevol tehuis waar ze haar niet op straat laten lopen.

Maar dit jaar viert ze haar kerst nog met ons.

Fijne en gelukkige feestdagen, Meau