Klein katje, zo dapper je had zoveel pijn

Eigenlijk zou je er niet eens moeten zijn

Gillend en schreeuwend werd je in mijn handen geboren

Je moeder werd er gek van, jouw gegil kon haar niet bekoren

Ik hield je van haar weg, zij wilde je maar bijten tot stil

Ook ik wist niet wat te doen tegen jouw gegil

Maar toch bleef je groeien ondanks al dat gekrijs

Je hoefde ons maar te zien en dan blèrde je zo wijs

Ik wilde je aan een liefhebber gaan verkopen

Ik wilde geen kater meer die hier zou rondlopen

Maar je probeerde ons allemaal in te pakken

En zette mij hierdoor bij iedereen te kakken

Je was drie weken en in je buik groeide een abces heel groot

De dierenarts verwijderde deze, maar misschien ging je toch dood

Maar neen, jij bleef toch leven

Een wonder door God aan ons gegeven

Toen was ons besluit genomen, jij bleef hier

Door alles wat wij met je meemaakte, zo’n klein dier

En nu ben je alweer ruim één jaar

Als je mij ziet, blèr je ik ben daar

Niemand die kan nu nog om je heen

Bo(naparte)een kater zo heeft niemand er een

 

Opgedragen aan mijn kanjer Bo (naparte)